2004 Waal,Nijmegen en Millingen.

In de waalbocht bij Nijmegen maakt de rivier een scherpe bocht en omdat de rivier daar smal is, perst het water zich met een flinke snelheid tussen de peilers  van de Waalbrug.

De meeste watersporters nemen het Merwedekanaal als Noord-Zuid route. Op de terugweg besloten wij om via het Pannerdenskanaal naar het Noorden te gaan. Deze route heeft één groot moeilijkheidsfactor: je moet tegen de stroom in de Waal op. Er staat ongeveer 4 km/u stroom tegen. In de waterkampioen van december 1994 stond een artikel hoe je de angst voor de Waal kan overwinnen. De beschreven techniek van het kribbetjes varen hebben we in de praktijk gebracht. Toen we bij Weurt de Waal opdraaiden was het eerste wat mijn zoon zei: "Dit kon wel eens lang duren!" Als je altijd op stroomloos water vaar is het even wennen als je kant langzaam voorbij ziet gaan. Op advies van het artikel kropen we naar de noordoever. Op de zuidoever zijn ten hoogte van Nijmegen geen kribben en kan er veel deining ontstaan door de Waalkade. We kregen het even moeilijk bij de Waalbrug. We voeren waarschijnlijk te dicht langs een pijler. Daar stond ongeveer 9 km/uur stroom tegen. Langzaam kropen we onder de brug door.

Met onze 9 m vlet en 33 pk hebben we in ruim twee uur het traject Weurt-Millingen afgelegd. Bij Millingen draai je het Pannerdenskanaal op, daar heb je stroom mee en is het een stuk rustiger. We zijn niet harder gaan varen dan normaal. Je moet je reserve vermogen achter de hand houden als je het echt nodig hebt. Als we niet tegen de stroom hadden op gekund waren we omgedraaid en met de stroom mee richting Gorkum gevaren.Als je op het Amsterdam-Rijn kanaal kan varen dan kan je ook de Waal op. We voeren op de Waal een stuk rustiger en er is meer ruimte. Het is verstandig om een marifoon en het anker gereed te hebben. In geval van pech kan je tussen de kribben ten anker gaan. En altijd goed om je heen kijken, vooral als je wilt oversteken! Wij hebben onze angst overwonnen en gaan zeker de volgende keer weer.